Hoe je kan ontspannen nog vóór je met vakantie vertrekt
Waarom zijn sommige mensen na twee dagen vakantie volledig ontspannen, terwijl anderen zelfs op een strandstoel nog mentale vergaderingen voeren?

Het blijft me intrigeren.
Misschien herken je het wel. De eerste vakantiedag slaap je wat langer, je hebt eindelijk tijd, je zit op een terras met zicht op zee en toch betrap je jezelf erop dat je in gedachten nog een mail aan het beantwoorden bent. Of je vraagt je af of dat belangrijke dossier wel goed werd overgedragen. Of je denkt al na over die presentatie die je na de vakantie moet geven.
En soms gebeurt er nog iets anders. Je merkt op dag vijf plots dat je eindelijk begint te ontspannen. Om vervolgens te beseffen dat de helft van de vakantie alweer voorbij is.
Ik ken dat gevoel maar al te goed.
Ik herinner me een vakantie die voorafgegaan werd door een belangrijke presentatie voor een managementteam. Wekenlang had ik ze voorbereid. Op de laatste werkdag voor mijn vakantie werd de vergadering afgelast omdat er te weinig aanwezigen waren. Ze werd verplaatst naar de dag na mijn terugkeer.
De presentatie bleef de hele vakantie met mij meereizen.
Ik herinner me ook het jaar waarin ik wist dat ik kort na mijn vakantie iemand zou moeten ontslaan. Terwijl ik officieel vrij was, bleef ik in gedachten het dossier voorbereiden. Ik was weg van kantoor, maar mijn hoofd was er nog.
Veel mensen zetten een out-of-office aan.
Maar hun hoofd staat nog aan.
Vergeten te landen
Tijdens webinars gebruik ik graag de metafoor van een vliegtuig.

Wat gebeurt er wanneer een piloot vergeet te landen?
Meestal wordt er gelachen.
Maar de vraag die daarop volgt is minder grappig.
Wat gebeurt er wanneer wij vergeten te landen?
Dan nemen we onze vergaderingen, deadlines, conflicten, verantwoordelijkheden en mentale to-dolijstjes gewoon mee naar het strand.
Veel mensen lopen tot de laatste minuut een marathon. Om vijf uur sluiten ze hun laptop en verwachten ze dat hun lichaam en geest een uur later spontaan overschakelen naar rust.
Maar zo werkt ons brein niet.
Ons zenuwstelsel heeft een remweg.
Maandenlang zijn we gewend geweest om problemen op te lossen, beslissingen te nemen, te anticiperen, verantwoordelijkheden te dragen en voortdurend alert te zijn. Dat zet je niet uit met een cocktail, een ligstoel of een mooie zonsondergang.
Geen wonder dat zoveel mensen pas op dag vier echt beginnen te ontspannen.
Het slechte nieuws van Oliver Burkeman
De Britse auteur Oliver Burkeman heeft slecht nieuws.
En eerlijk gezegd had ik liever gehad dat hij ongelijk had.
Hij schrijft dat er nooit een dag zal komen waarop alles geregeld is. Nooit een moment waarop de mailbox leeg blijft, de to-dolijst afgewerkt is en alle losse eindjes verdwenen zijn.
We delen allemaal dezelfde nederlaag, zegt hij. Onze tijd is eindig en dus zal het nooit allemaal in orde zijn.
Misschien is dat precies wat ons zo onrustig maakt wanneer we vertrekken op vakantie.
We willen eerst nog alles afwerken. Nog dat ene gesprek. Nog die ene mail. Nog dat ene dossier.
Alsof we pas toestemming krijgen om te ontspannen wanneer alles geregeld is.
Alleen komt dat moment nooit. En misschien is dat maar goed ook.
Want als onze rust afhankelijk wordt van een lege to-dolijst, dan zal rust altijd iets zijn voor later.
Sommige mensen hebben geen timemanagementprobleem
In coaching hoor ik vaak mensen zeggen dat ze beter georganiseerd willen zijn. Ze zoeken een nieuwe agenda. Een andere app. Een efficiëntere planning.
Uiteraard helpt structuur.
Maar ik ontmoet ook mensen met perfect geordende agenda’s, prachtige kleurcodes en indrukwekkende Excelbestanden die nog steeds wakker liggen.
Niet omdat ze hun tijd slecht beheren. Maar omdat hun hoofd hen voortdurend influistert:
“Je mag niets vergeten.”
“Je moet bereikbaar blijven.”
“Je mag niemand teleurstellen.”
“Je bent verantwoordelijk.”
“Je moet alles onder controle houden.”
Dat zijn geen timemanagementproblemen. Dat zijn mentale patronen.
Onze Saboteurs gaan gewoon mee op vakantie
In Mental Fitness spreken we over saboteurs. En die nemen gewoon het vliegtuig met je mee.
De perfectionist wil de perfecte vakantie. Alles moet goed gepland zijn en liefst verloopt alles zoals voorzien.

De controleur blijft zijn mails checken omdat hij bang is dat er iets fout zal lopen.
De pleaser voelt zich schuldig wanneer collega’s moeten overnemen en blijft beschikbaar.
De hyperpresteerder wil vooral veel doen, veel zien en veel beleven. Zelfs ontspannen wordt een project.
En de innerlijke rechter fluistert dat je eigenlijk nog niet echt mag genieten, want er zijn nog zaken die niet afgewerkt zijn.
Sommige mensen nemen drie boeken mee op vakantie. Anderen nemen een volledig management team mee in hun hoofd.
Vrije tijd is niet hetzelfde als mentale rust
Misschien is dat wel het belangrijkste inzicht. Vakantie is geen plaats. Vakantie is geen tijdstip. Vakantie is een toestand van de geest.
Je kan drie weken in Toscane zitten en toch voortdurend gespannen zijn.
En je kan op een gewone woensdagavond een wandeling maken en werkelijk tot rust komen.
Omdat mentale rust niet ontstaat door kilometers tussen jou en je werk te zetten.
Ze ontstaat door een andere relatie met je gedachten.
Door jezelf toestemming te geven om niet alles onder controle te houden.
Door te aanvaarden dat de wereld zal blijven draaien terwijl jij even afwezig bent.
Door te beseffen dat jouw waarde niet afhangt van je beschikbaarheid.
De ziekte van “druk druk druk”
Er was een tijd waarin ik dacht dat druk zijn bijna een bewijs van belangrijk zijn was.
En ik ben niet alleen. Hoe vaak antwoorden we niet automatisch “druk, druk, druk” wanneer iemand vraagt hoe het gaat?
Alsof drukte een statussymbool geworden is. Terwijl druk zijn en betekenisvol bezig zijn niet hetzelfde zijn.
Misschien hebben we niet zozeer een tijdsprobleem. Misschien hebben we een aandachtprobleem. Een focusprobleem. Of zelfs een tevredenheidsprobleem.
Want uiteindelijk gaat het niet over alles gedaan krijgen.
Het gaat over kiezen wat echt belangrijk is.
Meer vakantie in je hoofd

De belangrijkste vraag is niet: “Hoe kan ik beter vakantie nemen?”
Maar wel: “Waarom vind ik het zo moeilijk om los te laten?”
Want wanneer je voortdurend piekert tijdens je vrije tijd, gaat het vaak niet alleen over vakantie.
Dan gaat het over perfectionisme. Over controle. Over verantwoordelijkheidsgevoel. Over geen grenzen kunnen stellen.
En soms ook over een job die meer energie vraagt dan ze teruggeeft.
Vakantie helpt dan tijdelijk. Maar twee dagen na je terugkeer zit je opnieuw in dezelfde mallemolen.
Daarom geloof ik zo sterk in Mental Fitness.
Niet omdat stress verdwijnt. Niet omdat je nooit meer piekert.
Wel omdat je leert herkennen welke stem in je hoofd aan het woord is. Omdat je leert afstand nemen van automatische patronen. Omdat je ontdekt dat je meer keuze hebt dan je denkt.
En misschien is dat uiteindelijk waar vakantie echt over gaat. Niet over drie weken weg zijn. Maar over af en toe thuiskomen bij jezelf. Niet alleen in juli of augustus. Maar ook op een gewone dinsdagavond.
Vakantie is uiteindelijk geen plaats op de kaart. Het is een manier van leven.
